Korte beschrijving: Cursus en boek
We geven hier een overzicht van de structuur en inhoud van elke bijeenkomst van de cursus Praten met kinderen. Voor een gedetailleerde beschrijving van de cursusbijeenkomsten verwijzen we naar:
Van As, N. en Janssens, J. (2010). Praten met kinderen. Een boek voor ouders en andere opvoeders. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
Van As, N. en Janssens, J. (2010). Praten met kinderen. Handboek voor de begeleider. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.


De oudercursus 'Praten met kinderen' bestaat uit zeven wekelijkse bijeenkomsten, van ongeveer twee uur. De cursus is ontwikkeld voor groepen van ongeveer acht tot vijftien ouders.

De cursus is bedoeld voor ouders die problemen in de opvoeding ervaren vanwege problematisch gedrag van hun kind. Het kan daarbij zowel gaan om naar buiten gericht gedrag (schreeuwen, schelden, ruzie maken, ongehoorzaam zijn) als meer naar binnen gericht gedrag (als verlegen of gesloten zijn), waardoor conflicten tussen ouders en kind ontstaan.

De cursus is georganiseerd rond het boek 'Praten met kinderen', dat voor ouders geschreven is. Het boek laat zien hoe ouders en kinderen kunnen overleggen over conflicten en meningsverschillen, op zo'n manier dat er een oplossing gevonden wordt die voor alle partijen acceptabel is. Het boek 'Praten met kinderen, handboek voor de begeleider' laat zien hoe zeven bijeenkomsten georganiseerd kunnen worden rond dit thema.

'Praten met kinderen' is gebaseerd op een probleemoplossingsmodel, het overlegmodel genoemd, dat uit vier stappen bestaat. De eerste stap bestaat uit het bespreken van het probleem of meningsverschil. De tweede stap bestaat uit het bedenken van zo veel mogelijk oplossingen voor het probleem. De derde stap bestaat uit het kiezen van een oplossing en het maken van afspraken over de uitvoering van de gekozen oplossing. De vierde stap tenslotte, bestaat uit het evalueren van de gekozen oplossing. In de zeven bijeenkomsten worden deze vier stappen uitgewerkt en krijgen ouders tips en regels om ervoor te zorgen dat de discussie niet escaleert en het probleem in een ontspannen sfeer besproken en opgelost kan worden. De eerste vier bijeenkomsten zijn gewijd aan de eerste stap van het overlegmodel, het bespreken van het probleem. Deze stap krijgt veel aandacht, omdat het erg belangrijk is dat elk gezinslid zijn of haar mening over het probleem kan geven en standpunten uitgewisseld worden. Pas als duidelijk is hoe iedereen over het probleem denkt, zal het mogelijk zijn om er een oplossing voor te vinden. De eerste stap bestaat uit twee aspecten, te weten, goed luisteren naar elkaar en het geven van je eigen mening over het probleem. De vijfde bijeenkomst is gewijd aan het brainstormen over oplossingen voor het probleem, de zesde bijeenkomst wordt besteed aan het kiezen van een oplossing en het maken van afspraken, en de zevende bijeenkomst bestaat uit het herhalen en oefenen van de stof uit de vorige bijeenkomsten. Aan het eind van elke bijeenkomst krijgen de ouders huiswerkoefeningen, bedoeld om dat wat besproken is te overdenken of te oefenen. Elke bijeenkomst bestaat uit het bespreken van de huiswerkoefeningen van de afgelopen week, een bespreking van de nieuwe stof en het doen van oefeningen (bijvoorbeeld een discussie of een rollenspel).







De inhoud van de bijeenkomsten
De eerste bijeenkomst
Het overlegmodel

In de eerste bijeenkomst wordt het overlegmodel geïntroduceerd. Vóór het introduceren van dit model wordt besproken dat ouders conflicten en meningsverschillen op verschillende manieren kunnen oplossen. Ten eerste kunnen ouders een probleem oplossen door zelf te bepalen wat er moet gebeuren. Dit kan gezien worden als een tamelijk autoritaire manier om problemen op te lossen. Hoewel dit in bepaalde gevallen een zeer effectieve en adequate strategie kan zijn (bijvoorbeeld wanneer een kind te jong is om bepaalde beslissingen te nemen), kunnen er problemen ontstaan als ouders altijd beslissingen nemen zonder met het kind te overleggen. Het kind leert dan niet om te overleggen of om zelf beslissingen te nemen. Ten tweede kunnen ouders een probleem oplossen door het kind te laten bepalen wat er moet gebeuren. Deze toegeeflijke manier om problemen op te lossen kan eveneens in bepaalde gevallen effectief en adequaat zijn, bijvoorbeeld wanneer ouders het onderwerp niet de moeite waard vinden om er veel aandacht aan te besteden. Wanneer ouders hun kind echter te vaak laten bepalen hoe problemen opgelost moeten worden, leert het kind niet om rekening te houden met anderen. De derde manier om conflicten op te lossen, is door onderling overleg. Dit kan in het algemeen beschouwd worden als de beste manier om problemen op te lossen en is het onderwerp van de oudercursus. Vervolgens worden de vier stappen van het overlegmodel geïntroduceerd.

De tweede bijeenkomst
De eerste stap van het overlegmodel: het bespreken van het probleem. Deel 1: Luisteren naar elkaar

De eerste stap van het overlegmodel bestaat uit het bespreken van het conflict of menings¬verschil. Ouders en kind moeten ieder de kans krijgen om hun mening over het probleem te geven en om duidelijk te maken wat hun wensen en behoeften zijn. Het doel van de eerste stap is niet om te bepalen wie er gelijk heeft, maar om het probleem concreet en duidelijk te maken. Voor het bespreken van een probleem zijn er twee dingen erg belangrijk: goed luisteren naar elkaar en je eigen mening geven over het probleem. In de tweede bijeenkomst wordt besproken hoe ouders goed kunnen luisteren en aan hun kind kunnen laten merken dat ze luisteren. Er worden vijf aspecten van goed luisteren besproken: het aannemen van een goede luisterhouding, vragen om meer informatie, meeleven met het kind, niet impulsief reageren, en actief luisteren. Een goede luisterhouding aannemen betekent dat de ouder het kind aankijkt, niet in de rede valt en korte luisterreacties geeft, als 'ja' 'hmhmm'. Door meer informatie te vragen kan de ouder proberen meer zicht te krijgen op hoe het kind denkt over het probleem of wat het wil. Meeleven met het kind betekent dat de ouder laat merken de gevoelens van het kind te begrijpen, door bijvoorbeeld enthousiast te reageren op een enthousiast verhaal van het kind of door zorgen van het kind serieus te nemen. Het weerhouden van impulsieve reacties betekent dat de ouder het kind uit laat spreken, zonder onmiddellijk boosheid, wantrouwen of afkeuring te laten merken. Het gaat erom dat de ouder luistert naar wat het kind te vertellen heeft en rustig op zijn of haar beurt wacht om zijn of haar mening over het onderwerp te geven. Actief luisteren tenslotte, betekent dat de ouder in eigen woorden de gedachten en gevoelens van het kind samenvat, om na te gaan of hij of zij het kind goed begrepen heeft. Als ouders en kind goed naar elkaar luisteren, kan een open, vertrouwelijke sfeer ontstaan, waarin het gemakkelijker is om conflicten te bespreken én op te lossen.

De derde bijeenkomst
De eerste stap van het overlegmodel. Het bespreken van het probleem. Deel 2: Het geven van je eigen mening

In de derde bijeenkomst wordt aandacht besteed aan het geven van je mening over een probleem en het ter sprake brengen van een onderwerp. De manier waarop een onderwerp ter sprake wordt gebracht of waarop iemand zijn of haar mening geeft over een onderwerp, is erg belangrijk voor het verdere verloop van het overleg en voor het creëren van een open, vertrouwelijke sfeer. Als ouders hun kind bijvoorbeeld op een erg negatieve manier bekritiseren, zal het kind hoogstwaarschijnlijk ook erg negatief reageren, en is de kans groot dat het gesprek uit de hand loopt. In de derde bijeenkomst wordt een aantal tips en regels besproken waar ouders en kind iets aan kunnen hebben als ze een onderwerp ter sprake brengen of als ze hun mening geven over een conflict. Eerst wordt ingegaan op regels voor het creëren van de juiste omstandigheden voor een goed gesprek. Hoe kunnen ouders een prettige sfeer scheppen en de kans zo groot mogelijk maken dat de boodschap bij het kind overkomt? Hoe kunnen ouders een gesprek het beste aanpakken? En hoe juist niet? Vervolgens wordt ingezoomd op de manier waarop ouders hun mening over het onderwerp kunnen geven: Hoe kunnen ze de boodschap het beste verwoorden? Als het gaat om het creëren van de juiste omstandigheden, zijn de volgende regels van belang: blijf vriendelijk (om de kans te vergroten dat het kind ook vriendelijk reageert), bespreek één probleem tegelijk (om ervoor te zorgen dat het ook lukt om een oplossing te vinden en om niet afgeleid te worden door allerlei andere problemen), wees toekomstgericht (in plaats van te blijven discussiëren over in het verleden gemaakte fouten), houd het kort (aangezien een lange preek of lezing veel weerstand en verzet op kan roepen bij het kind), stel geen overbodige 'waarom-vragen' (die vaak niet zozeer bedoeld zijn om informatie te verkrijgen, maar vooral bedoeld zijn als verwijt), probeer begrip te tonen (om het kind niet in de verdediging te drukken en om de kans te vergroten dat het kind ook begrip voor de ouder probeert op te brengen) en vermijd de schuldvraag (omdat de schuldvraag meestal tot eindeloze welles-nietes discussies leidt en het vaak ook niet zo duidelijk is wie een probleem veroorzaakt heeft omdat beide partijen een aandeel in het probleem hebben). Als het gaat om het verwoorden van de boodschap, zijn de volgende regels van belang: beschrijf het probleem zo precies en concreet mogelijk (zodat er geen misverstanden over kunnen ontstaan); veroordeel het gedrag, niet de persoon (het is bijvoorbeeld beter om te zeggen dat het kind zich lui gedraagt door te lang in bed te blijven liggen, dan te zeggen dat het kind een luilak is) en geef opbouwende kritiek (hierbij beschrijft de ouder niet alleen het ongewenste gedrag van het kind, maar geeft de ouder ook een alternatief door het gewenste gedrag te omschrijven).

De vierde bijeenkomst
Nogmaals de eerste stap van het overlegmodel

In de vierde bijeenkomst wordt de eerste stap van het overlegmodel nog eens herhaald en wordt geoefend met goed luisteren en met het geven van je eigen mening over een probleem volgens de tips en regels die hierboven besproken zijn.

De vijfde bijeenkomst
De tweede stap van het overlegmodel, het bedenken van oplossingen

In de vijfde bijeenkomst wordt de tweede stap van het overlegmodel besproken, het bedenken van zo veel mogelijk oplossingen voor het probleem. Elke oplossing moet serieus overwogen worden, want ook gekke, grappige of onmogelijke oplossingen kunnen iets bruikbaars in zich dragen, of leiden tot nieuwe, bruikbare ideeën. Om in een prettige, ontspannen sfeer tot een lijst van oplossingen te komen, is het belangrijk dat iedereen die betrokken is bij het probleem ook bijdraagt aan het vinden van oplossingen, dat zowel ouders als kind zo veel mogelijk oplossingen proberen te bedenken en het niet te snel opgeven, dat ieder zijn of haar fantasie gebruikt, dat de suggesties nog niet beoordeeld worden, dat de gezinsleden elkaar niet op een negatieve manier bekritiseren om de suggesties die ze doen en tenslotte dat alle oplossingen opgeschreven worden. Het is belangrijk dat de oplossingen nog niet beoordeeld worden op bruikbaarheid, omdat dat het creatieve proces kan remmen en gezinsleden ervan kan weerhouden om met nieuwe ideeën te komen uit angst voor kritiek. Het beoordelen van de oplossingen komt pas in de derde stap van het overlegmodel (en in de zesde bijeenkomst) aan de orde. Eventueel kunnen ouders en kind ook brainstormen over het gebruik van beloningen of straf om elkaar te stimuleren om zich aan de nader te maken afspraken te houden. Ze kunnen nagaan wat de straf zou kunnen zijn wanneer iemand zich niet aan zijn of haar afspraken houdt, en wat de beloning zou kunnen zijn wanneer hij of zij dat wel doet.

De zesde bijeenkomst
De derde en vierde stap van het overlegmodel, het kiezen van een oplossing en maken van afspraken, en het evalueren van de gekozen oplossing

De zesde bijeenkomst is voornamelijk gewijd aan de derde stap van het overlegmodel, het kiezen van een oplossing en het maken van afspraken over de uitvoering van de gekozen oplossing. Bij het kiezen van een oplossing moet nagegaan worden of de gekozen oplossing praktisch uitvoerbaar is en of alle partijen tevreden zijn met de gekozen oplossing. Verder is het belangrijk dat ouders en kind bereid zijn om een oplossing voorlopig uit te proberen, ook al is die niet helemaal perfect. Om tot een keuze te komen, is het goed om de lijst met oplossingen nog eens goed door te lezen. Vervolgens kunnen de oplossingen waarover iedereen het eens is dat ze niet zullen werken, weggestreept worden. Van de overige oplossingen kunnen de voor en nadelen besproken worden, waarbij het belangrijk is dat zowel ouders als kind hun mening hierover kunnen geven zonder bekritiseerd te worden. Vervolgens dient een oplossing geselecteerd te worden om voorlopig uit te proberen. Het is belangrijk dat er duidelijke afspraken over de uitvoering gemaakt worden, zodat daar naderhand geen misverstanden over kunnen ontstaan. Ook kan afgesproken worden wanneer de gekozen oplossing geëvalueerd zal worden. Hiermee zijn we aangekomen bij de vierde stap van het overlegmodel, het beoordelen van de gekozen oplossing. Als een oplossing enige tijd uitgeprobeerd is, moet nagegaan worden of het probleem inderdaad naar ieders tevredenheid opgelost is. Als dat niet het geval is, kan het nodig zijn een andere oplossing uit te proberen, terug te gaan naar stap twee en opnieuw over mogelijke oplossingen na te denken, of zelfs om terug te gaan naar stap één en het probleem opnieuw te bespreken.

De zevende bijeenkomst
Nogmaals het overlegmodel
In de zevende bijeenkomst wordt geen nieuwe stof meer behandeld. De vier stappen van het overlegmodel, met de bijbehorende regels per stap, worden nog eens herhaald. Verder wordt de bijeenkomst besteed aan het oefenen van de communicatieve vaardigheden die de afgelopen weken de revue zijn gepasseerd. Bij voorkeur wordt geoefend aan de hand van voorbeelden van conflicten die ouders thuis zelf mee hebben gemaakt. Deze voorbeelden kunnen gebruikt worden voor groepsdiscussies en rollenspelen.







Effectiviteit PMK

De effectiviteit van de cursus Praten met Kinderen is onderzocht in een een tweetal studies. Uit deze onderzoeken is gebleken dat ouders en kinderen na het volgen van de cursus Praten met kinderen vooruit gaan in communicatieve en probleem oplossende vaardigheden. Observatie van de ouder-kind interactie laat zien dat er meer op een positieve, en minder op een negatieve manier met elkaar gepraat wordt en dat de ouders betere probleem oplossende vaardigheden laten zien.

In de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlans Jeugd Instituut (NJI) is Praten met kinderen erkend als theoretisch goed onderbouwde interventie.

Voor meer informatie over de uitgevoerde onderzoeken naar de effectiviteit van PMK:
- Van As, N.M.C. (1999). Family functioning and child behavior problems. Proefschrift. Nijmegen: Radboud Universiteit.
- Opvoedingsondersteuning Oudercursussen en lastige pubers
- samenvatting proefschrift Family functioning and child behavior problems
- Resultaten onderzoek PMK (2009)

Momenteel wordt gewerkt aan het opzetten van vervolgonderzoek om te effectiviteit van PMK te bevestigen en op langere termijn te onderzoeken, en om de effectiviteit van PMK te onderzoeken bij specifieke doelgroepen (angstige kinderen bijvoorbeeld).







Om verder te lezen

- Samenvatting proefschrift Family functioning and child behavior problems
- Family functioning and child behavior problems
- Opvoedingsondersteuning Oudercursussen en lastige pubers
- Opvoedingsstijlen met een risico
- Praten met kinderen op school en in de klas
- Praten met kinderen; een cursus voor ouders van pubers